‘Burn-out is iets van zwakke mensen’

In hoor in onze maatschappij nog vaak mensen zeggen: ’alleen ‘zwakke’ mensen krijgen een burn-out’. Niets is minder waar!
Het tegenovergestelde is juist waar. Het zijn juist de harde werkers die een burn-out krijgen. Harde werkers die van zichzelf altijd maar door moeten gaan. Mensen die altijd meer willen bereiken, de lat steeds hoger leggen, perfectionistisch zijn en een groot verantwoordelijkheidsgevoel kennen.
Het krijgen van een burn-out heeft dus niets met sterk of zwak te maken.

Burn-out heeft te maken met langdurige continue stress, mentale en fysieke vermoeidheid en het negeren of niet opmerken van de signalen hiervan.

Werkstress

Een burn-out wordt vaak vooral in verband gebracht met werkstress. Over een langere periode een continue druk en spanning ervaren op je werk. Je weet niet hoe je hier mee om moet gaan en merkt signalen van stress en oververmoeidheid onvoldoende op. Je bent moe als je thuiskomt en hebt daardoor geen energie voor leuke dingen en doet ze dan ook minder. Maar op het werk blijf je maar doorgaan en werkt zelfs savonds nog even om wat weg te werken. De focus komt zo alleen maar meer op je werk te liggen. Daar waar de klachten nou juist vandaan komen. En als je dit maar door laat gaan beland je in een burn-out.

Ouderschap

Ook het ouderschap kan veel stress met zich meebrengen. Zorgen om je kinderen, een zeer hoog verantwoordelijkheidsgevoel, alle ballen in de lucht willen houden in een vaak druk en hectisch gezinsleven. Wanneer je dan ook nog stress op je werk hebt, kan dit een verhoogd risico zijn om een burn-out te krijgen.

Het herstel

Het herstel van een burn-out is niet met een week rust te genezen, zoals we dat helaas ook vaak nog horen. ‘Neem maar even een weekje rust en tijd voorjezelf, dan kom je er wel weer bovenop’.

Iemand die zo lang onder continue stress heeft gestaan en heel lang vermoeidheid heeft genegeerd, heeft echt wel langer nodig om weer te herstellen. Dit duurt vaak wel een half jaar tot een jaar. En dat gaat met vallen en opstaan.

Maar het is ook niet zo dat je je leven drastisch om moet gooien en bijvoorbeeld meteen op zoek moet naar een andere baan met minder stress of verantwoordelijkheid.

Het belangrijkste in het herstel is het zien en accepteren dat je een burn-out hebt. Om vervolgens te onderzoeken wat de burn-out veroorzaakt heeft. Vanuit daar kan je weer gaan werken aan de oplossingen. Daarbij is het van belang dat je je grenzen weer leert kennen en leert hoe je je grenzen ook aan kan geven. Weer leren luisteren naar de signalen die je lichaam af geeft en daar ook gehoor aan geven. Dus te weten wanneer je veel stress ervaart en wat er nodig is om te herstellen. Het is belangrijk om op tijd te weten hoe je op tijd de signalen herkent en weet wat er nodig is om te herstellen van drukke stressvolle dagen. Leren hoe je ook weer kan ontspannen en opladen. Een coach of psycholoog kan je hierbij helpen.

Voorkomen is beter dan genezen

Een burn-out voorkomen is natuurlijk nog beter. Dit kan door op tijd de klachten te herkennen en er iets aan doen. De klachten zijn vaak een combinatie van vermoeidheid, slecht slapen, prikkelbaar, besluiteloos, hoofdpijn en concentratieproblemen.

Een belangrijke stappen in het voorkomen van een burn-out zijn:

  • Je gevoelens en klachten bespreekbaar te maken. Thuis en op het werk. Wanneer je met anderen praat over deze gevoelens zal je vaak al opluchting en verlichting ervaren.
  • Maak daarnaast verstandige keuzes. Klap savonds je laptop juist niet open, maar kies ervoor om even te gaan wandelen of sporten of op tijd naar bed te gaan.
  • Zorg dat je voldoende beweegt. En dan niet meteen voluit vijf dagen in de week zeer actief sporten, dan put je je lichaam juist verder uit. Maar ga een half uur tot uur wandelen in de natuur.
  • Leer je grenzen kennen en accepteer deze. Weet wanneer je over een grens heen kan gaan. Waar ben je heel goed in, en waar zitten dan ook je valkuilen. Als je deze kent weet je ook waar je grenzen liggen. Maak bewust de keuze om deze grenzen niet over te gaan.
  • Plan tijd voor jezelf. Zorg elke dag voor een half uur voor jezelf, vrij van zowel werk, gezin of sociaal leven. Tijd waarin je een wandeling kan maken, even helemaal stil kan zijn en echt even kan ontspannen.

Heb je klachten of wil je ze voorkomen en heb je daar hulp bij nodig?